Rome: San Silvestro in Capite

De San Silvestro in Capite.

Oorspronkelijk had ik helemaal geen bezoek aan de San Silvestro in Capite ingepland.[1] Ze is typisch zo’n Romeinse kerk die in geen enkele reisgids wordt genoemd. Daar hoeft u overigens geen verwijt in te lezen: er zijn zeker interessantere kerken in de Eeuwige Stad. Dat betekent echter niet dat een bezoek aan de San Silvestro saai is. Integendeel, er is genoeg te zien. Neem bijvoorbeeld het pittoreske atrium, het indrukwekkende plafondfresco en het relikwie van een deel van het hoofd van Johannes de Doper. Het Latijnse woord voor hoofd is caput, dus het ‘in Capite’-gedeelte van de naam van de kerk verwijst naar het hoofd van Johannes. San Silvestro is Paus Sylvester I (314-335), de man die bisschop van Rome was tijdens een groot gedeelte van de regering van Constantijn de Grote, de eerste christelijke Romeinse keizer.

Geschiedenis

In de Oudheid stond het gedeelte van de stad waar we nu de kerk vinden bekend als de Campus Agrippae. Als we er de Atlas of Ancient Rome op naslaan[2], dan kunnen we concluderen dat de kerk over het westelijke gedeelte van de omheining van de Tempel van Sol Invictus heen werd gebouwd, een tempel die volgens de overlevering op 25 december 274 door keizer Aurelianus werd gewijd. Tegenwoordig is dat natuurlijk de datum waarop christenen het kerstfeest vieren. De tempel zelf zal dan iets verder naar het oosten hebben gestaan. Ondanks een veelheid aan archeologische vondsten is het nog steeds moeilijk om de exacte locatie van het gebouw vast te stellen. Iets minder dan 100 meter naar het westen ligt de Via del Corso, de oude Via Lata.

Atrium met lapidarium.

De San Silvestro is altijd een kerk geweest die is verbonden aan een klooster. Het eerste klooster werd gesticht tijdens het pontificaat van Paus Stephanus II (752-757)[3] en tijdens dat van zijn opvolger, Paus Paulus I (757-767), voltooid. Aan het klooster was een kerk verbonden die was gewijd aan Sint Dionysius. Er bestaat enige verwarring over de vraag welke Dionysius dit was. Volgens een plausibele theorie was het de Parijse bisschop Sint Denijs, die in de derde eeuw de marteldood stierf. Als de theorie klopt, dan kan de wijding worden geïnterpreteerd in het licht van bepaalde historische gebeurtenissen van die tijd. In 751 hadden de Longobarden of Lombarden het Exarchaat van Ravenna onder de voet gelopen. Ze bedreigden nu Rome, en het Oost-Romeinse Rijk was niet bij machte te interveniëren. Paus Stephanus II wendde zich vervolgens voor bescherming tot een nieuwe grootmacht in het Westen: de Franken van Pepijn de Korte. Pepijn bleek gaarne bereid de Paus te hulp te schieten. Daarmee begon een periode die soms als het Frankische Pausdom wordt aangeduid. De beslissing om de kerk aan Sint Dionysius, c.q. Sint Denijs te wijden kan een poging zijn geweest de Frankische koning te behagen.

Daar staat het volgende tegenover. In de twaalfde eeuw treffen we plotseling een kerk aan die is gewijd aan de heiligen Stephanus, Dionysius en Sylvester. De genoemde Stephanus moet Paus Stephanus I (254-257) zijn, terwijl Sylvester natuurlijk Paus Sylvester I (314-335) is. Aangezien beiden paus waren, kan men betogen dat de Dionysius in dit trio Paus Dionysius (259-268) moet zijn, die eveneens als heilige wordt beschouwd. Dit kan twijfel oproepen over de theorie van een aanvankelijke wijding aan de Parijse Sint Dionysius. Aan de andere kant vermeldt de gevel (uit 1703) alleen Stephanus en Sylvester als pausen (PP = papa). Op de gevel staan ook alleen beelden van deze twee mannen. Dionysius ontbreekt, waaruit we zouden kunnen afleiden dat hij tóch de niet-paus Sint Denijs was! Hoe verwarrend. Maar hoe dit ook zij, de beslissing om de wijding van de kerk te veranderen was waarschijnlijk ingegeven door de komst van de overblijfselen van de genoemde pausen in die tijd.

Reliëf van een Pietà (leeftijd onbekend), te vinden in het atrium.

Klokkentoren van de kerk.

Tussen 1198 en 1216 werd de kerk compleet herbouwd. Het aangrenzende klooster werd toen al enkele eeuwen door Benedictijnse monniken beheerd. Deze werden er in 1286 door Paus Honorius IV (1285-1287) uitgetrapt. Honorius gaf het complex vervolgens aan de nonnen van de Tweede Orde van Sint Franciscus, ook bekend als de Clarissen. Driehonderd jaar later huurden de Clarissen de architect Francesco Capriani da Volterra (1535-1594) in om hun klooster te herbouwen, inclusief de kerk. Capriani begon in 1588 met het klooster en werkte daarna tussen 1591 en zijn dood begin 1594 aan de kerk. Deze werd in 1601 voltooid. Tussen 1667 en 1697 namen verschillende kunstenaars het interieur van de kerk onder handen. Dat kreeg een make-over in de stijl van de Barok. Onder deze kunstenaars waren Carlo Rainaldi (1611-1691) en Mattia de Rossi (1637-1695). In 1703 voorzag Domenico de’ Rossi (1659-1730) de kerk van haar huidige façade aan de straatkant. De tekst erop luidt:

DEO IN HON. BEAT. SILVESTRI ET STEPHANI PP DIC.
(“gewijd aan God ter ere van de gezegende Pausen Sylvester en Stephanus”)

Twee zaken vallen op: geen Dionysius, en Sylvester gaat kennelijk vóór Stephanus.

In 1849 en daarna nogmaals in 1876 werden de Clarissen uit hun klooster gezet. Het complex werd omgevormd tot het Centrale Postkantoor van Rome. In 1890 werd de kerk aan de Ierse Pallottijnen toegewezen. Zij zijn er nog steeds.

De San Silvestro verkennen

Interieur van de kerk.

De kerk staat aan een tamelijk grote piazza, de Piazza di San Silvestro. Dit is waarschijnlijk de beste plek om de middeleeuwse klokkentoren te bewonderen, het oudste gedeelte van de kerk (zie de afbeelding hierboven). De toren werd in 1198 gebouwd. Vanaf de piazza kunnen we ook een blik werpen op de façade die de’ Rossi in 1703 toevoegde. Die is tamelijk eenvoudig en niet heel indrukwekkend. Ze is uitgevoerd in geel en wit en versierd met beelden van de Pausen Sylvester en Stephanus, Sint Franciscus van Assisi en Clara van Assisi. Het interessantste element vinden we vlak boven de ingang. Hier zien we een zogenaamde Mandylion, het gezicht van Christus op een stuk doek. Volgens de overlevering was dit relikwie in het bezit van Koning Abgar V van Osrhoene, die in de tijd van Christus zelf leefde. Later kwam het relikwie in Constantinopel terecht, en toen deze stad tijdens de Vierde Kruistocht werd geplunderd verdween het. In de hier besproken kerk werd in elk geval sinds 1517 een relikwie van de Mandylion bewaard, al bevindt deze zich thans in het Vaticaan en kan men in Genua een concurrerende Mandylion vinden.

Zoals hierboven reeds werd vermeld, is het andere beroemde relikwie dat hier wordt bewaard het hoofd van Johannes de Doper. Om het te kunnen zien, gaan we door de centrale ingang… en ontdekken dan dat er achter de gevel een atrium is (zie de tweede afbeelding in deze bijdrage). Hier is het doorgaans lekker rustig. Aan de muren zijn verschillende archeologische vondsten opgehangen. Sommige zien er echt stokoud uit, andere tamelijk modern. Veel van de fragmenten kwamen aan het licht toen in 1906 een crypte voor de kerk werd uitgegraven. Ik bezocht deze kerk vooral om een gerucht te onderzoeken dat er zich in die crypte een Romeins mozaïek bevindt. Helaas bleek de crypte gesloten te zijn.

Plafondfresco door Brandi.

Het relikwie van het hoofd heeft een eigen kapel direct links van de ingang van de kerk zelf. Voor pelgrims is het waarschijnlijk van groot spiritueel belang, maar sceptici zullen het ongetwijfeld als nep beschouwen. In elk geval was ik zelf meer in de kerk geïnteresseerd. Het rijke Barokinterieur is beslist indrukwekkend. Het grootste gedeelte van het stucwerk is verguld en men kan aardig wat goede fresco’s bewonderen. Zo was ik gecharmeerd van het apsisfresco dat de Doop van Keizer Constantijn toont. Het werd geschilderd door Ludovico Gimignani (1643-1697). Op het fresco zien we hoe Sylvester de doopceremonie leidt. Leuk geprobeerd, maar dat verhaal klopt van geen kanten: het was niet Paus Sylvester die Constantijn doopte, we weten allemaal die eer in 337 aan Eusebius van Nicomedia ten deel viel. Constantijn lag toen op zijn sterfbed en Paus Sylvester was al twee jaar dood. Nog indrukwekkender dan het werk van Gimignani is het grote plafondfresco van de Tenhemelopneming van de Maagd van Giacinto Brandi (1621-1691), geschilderd in 1682.

Hoewel het (pseudo)origineel allang naar het Vaticaan is verhuisd, zien we nog overal in de kerk afbeeldingen van de Mandylion. In het fronton van het altaarscherm, een werk van Rainaldi, vinden we er bijvoorbeeld een. Hetzelfde geldt voor de reliekschrijn die onderdeel van het scherm is. De houten preekstoel heeft niet alleen het gezicht van Christus, maar tevens het hoofd van Johannes op een schaal. Ik bleek die dag de enige bezoeker te zijn. Wellicht had dit iets te maken met de restauratiewerkzaamheden die werden uitgevoerd: op sommige foto’s in deze bijdrage kunt u een hijskraan en een werkman zien. Ondanks de werkzaamheden was de kerk gewoon open en tijdens mijn bezoek heb ik er geen enkele hinder van ondervonden.

Noten

[1] Een belangrijke bron voor deze bijdrage was Churches of Rome Wiki.

[2] The Atlas of Ancient Rome, part 2, tab. a.t. 9.

[3] Soms ook wel Stephanus III genoemd, maar niet te verwarren met de man die van 768 tot 772 paus was, de échte Stephanus III. Het probleem is dat er een Stephanus tot paus was gekozen die in 752 voor zijn kroning stierf. Soms wordt hij Stephanus II genoemd, maar doorgaans wordt hij niet tot de échte pausen gerekend.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.