Umbrië: Bevagna

Bevagna is een charmant Umbrisch stadje met een overwegend middeleeuwse uitstraling. Voor een prachtig uitzicht rijdt u even naar het zestiende-eeuwse heiligdom van de Madonna delle Grazie, dat net buiten het stadje op een heuvel staat. Bevagna bestond al in de Oudheid en werd toen Mevania genoemd. In 308 BCE werd er in de buurt van het stadje gevochten tussen een Romeins leger en een grote strijdmacht van de Umbriërs. De consul Quintus Fabius Maximus Rullianus behaalde volgens de Romeinse geschiedschrijver Livius (Boek 9.41) een tamelijk eenvoudige overwinning, waarna de Umbriërs zich overgaven. De definitieve onderwerping van de regio volgde na de Romeinse overwinning op een coalitie van Etrusken, Samnieten, Kelten en Umbriërs in 295 BCE. De onderwerping werd gevolgd door een proces van Romanisering. De in 241 BCE gestichte Latijnse kolonie Spoletium (het huidige Spoleto), zo’n twintig kilometer ten zuiden van Mevania, speelde in dit proces een belangrijke rol.

Uitzicht op Bevagna vanaf de Madonna delle Grazie.

Reconstructie van Mevania, het Romeinse Bevagna (kaart uit het Romeinse theater).

Een andere belangrijke ontwikkeling was de aanleg van de Via Flaminia. De aanleg van deze weg, die Rome verbond met de Latijnse kolonie Ariminum aan de Adriatische Zee, begon in 220 BCE onder leiding van de censor Gaius Flaminius. Bij de Latijnse kolonie Narnia (het huidige Narni) splitste de weg zich in twee takken. De oostelijke tak liep naar Spoletium en voegde zich bij Forum Flaminii (het huidige Foligno) weer bij de hoofdweg, die van daaruit verder naar het noorden liep. Mevania lag aan de westelijke tak van de weg, net als bijvoorbeeld de eerder besproken halteplaats (mansio) Carsulae. De huidige Corso Giacomo Matteotti in het centrum van het stadje volgt het traject van de oude Romeinse weg. In 90 BCE kregen de burgers van Mevania Romeins burgerrecht en werden ze ingedeeld bij de tribus Aemilia. Mevania zelf kreeg de status van municipium.

Romeinse overblijfselen

In het hedendaagse Bevagna zijn nog allerhande Romeinse overblijfselen te bewonderen. Deze dateren allemaal uit de Keizertijd. In de Via San Francesco kan men aan de curve in het huizenblok zien dat hier ooit het theater van het stadje heeft gestaan. Dit theater werd in de eerste eeuw van onze jaartelling gebouwd. Wat er nog van over is, is te bezoeken via een ingang in de Via dell’Anfiteatro. Die straatnaam klopt natuurlijk niet. Kennelijk ging men er vroeger vanuit dat hier het amfitheater van Mevania stond en hebben onderzoekers pas later kunnen vaststellen dat het om een gewoon theater ging. Waarschijnlijk had het stadje overigens wel degelijk een amfitheater, maar dit stond buiten de stadsmuren.

Via San Francesco.

Eenmaal binnen in de gangen van het theater vertelt een gids (in het Italiaans) wat over de geschiedenis van Bevagna. Kaarten aan de muur geven een goed beeld van hoe het stadje zich sinds de Oudheid heeft ontwikkeld. Op een ervan zien we hoe het theater in de Oudheid eruit moet hebben gezien. Trots vertelde de gids dat het om een van de grootste theaters van Umbrië ging. Afgaande op de breedte ervan zou het inderdaad best wel eens net zo groot als het theater van Gubbio geweest kunnen zijn. Dan moet er plaats zijn geweest voor zo’n 6.000 toeschouwers. In de Middeleeuwen werden er huizen over de restanten van het theater heen gebouwd. Een nagebouwd middeleeuws huis geeft een idee van het leven in die tijd en tevens van wat er toen gegeten en gedronken werd, zo te zien hoofdzakelijk brood, bonen, kaas en (goedkope) wijn. In de restanten van het theater bevindt zich ook een nog altijd werkend waterrad dat een molensteen aandrijft. De gids zet het graag even voor u aan.

Overblijfselen van het Romeinse theater.

Middeleeuws huis in het Romeinse theater.

Middeleeuwse maaltijd.

Waterrad.

Restanten van de Romeinse tempel.

Op de Piazza Giuseppe Garibaldi ziet u de overblijfselen van een Romeinse tempel uit de tweede eeuw. Het is niet bekend aan welke godheid de tempel was gewijd. Van het gebouw zijn alleen de cella (de ruimte met het godenbeeld) en het podium bewaard gebleven. Wie langs de voormalige tempel loopt, zal ook nog stukken van bakstenen zuilen waarnemen. De tempel werd later omgevormd tot het christelijke heiligdom van de Madonna della Neve. Het gebouw werd daarbij ook ‘omgedraaid’: de voorkant van de tempel werd de achterkant van de kerk en vice versa.

De restanten van het Romeinse badhuis vindt u om de hoek in de Via delle Terme Romane. De baden dateren van de tweede eeuw, vermoedelijk van de tijd van keizer Hadrianus (117-138). De overblijfselen van het koudwaterbad (frigidarium) zijn onder begeleiding van een gids te bezoeken. Hiervoor moet u bij het Museo Civico zijn (zie hieronder). Het frigidarium is zeer de moeite waard vanwege de mooie, realistische mozaïeken met zeemotieven. De fantasiedieren, dolfijnen, kreeften en inktvissen zijn dusdanig goed gelegd, dat de gebruikers van het koudwaterbad wel een beetje zullen hebben opgelet waar ze hun voeten neerzetten. Je wilt tenslotte geen kreeft aan je teen hebben hangen.

Mozaïeken in het frigidarium.

Kerken

De steen van Franciscus van Assisi.

De kerk van San Francesco is misschien wel het belangrijkste religieuze gebouw van Bevagna. In de kerk wordt een zeer bijzonder relikwie bewaard, namelijk de steen waarop Franciscus van Assisi zou hebben gestaan toen hij zijn befaamde preek voor de vogels hield. Aanvankelijk vestigden de Franciscanen zich buiten de muren van Bevagna, maar in 1275 kregen ze een klein oratorium toegewezen dat op het hoogste punt van het stadje was gebouwd. Vermoedelijk stond hier ooit een Romeinse tempel, maar het is niet bekend aan welke godheid die dan was gewijd. Het oratorium was in elk geval aan Johannes de Doper gewijd. De Franciscanen vervingen het door een aan hun stichter gewijde grote kerk met aangrenzend klooster. Het witte interieur dateert van 1756 en is niet echt bijzonder. Dat geldt ook voor de kunstwerken in de kerk. De hoogtepunten zijn een schilderij van de lokale meester Ascensidonio Spacca, beter bekend als Il Fantino (ca. 1557-1646), en een koepel met decoraties van geglazuurde terracotta van Santi Buglioni (1494-1576).

In het lager gelegen gedeelte van het stadje staan aan de Piazza Silvestri drie kerken. De kerk van Santi Domenico e Giacomo was gesloten toen wij Bevagna in 2018 bezochten, maar in de kerk van San Michele Arcangelo en die van San Silvestro ertegenover zijn we wel geweest. De eerstgenoemde kerk werd omstreeks 1200 door de architecten Binello en Rodolfo gebouwd in Romaanse stijl. Het huidige gebouw verving een eerdere kerk uit ca. 1070. De San Michele heeft een opmerkelijke vierkante gevel met een fraai portaal waarop we nog wat Cosmatendecoraties ontwaren. Zeer opvallend is de enorme oculus, waarin vroeger ongetwijfeld een mooi roosvenster was geïnstalleerd. De robuuste Gotische klokkentoren werd later aangebouwd. In de achttiende eeuw kreeg de kerk een barokinterieur, dat echter in de jaren 1950 weer grotendeels werd verwijderd toen werd gepoogd de kerk haar middeleeuwse uitstraling terug te geven. De San Michele kent weinig artistieke hoogtepunten, al heeft ze enig (beschadigd) werk van de plaatselijke schilder Andrea Camassei (1602-1649). De crypte van de kerk kan bezocht worden.

Piazza Silvestri.

San Michele Arcangelo.

De San Silvestro aan de andere kant van het plein dateert van 1195. Deze eveneens Romaanse kerk heeft een nog veel eigenaardigere gevel, die duidelijk nooit is voltooid. Een klokkentoren was wel voorzien, maar deze is uiteindelijk niet tot stand gekomen. Ook de San Silvestro wordt aan bouwmeester Binello toegeschreven. De kerk heeft een mooi portaal met een rijke symboliek. Op de fries boven de ingang stelt een berg (uiterst links) Christus voor en een rivier met vier stromen de Evangeliën. De wijnstok die op de berg groeit, staat voor de kerk, de dieren voor de gelovigen en een draak ten slotte voor de duivel. Het interieur van de kerk is echter donker en kent geen hoogtepunten. De crypte onder het verhoogde koor kan bezocht worden.

Palazzo dei Consoli (links) en San Silvestro (rechts).

Fries van de San Silvestro.

Museum en theater

Het Museo Civico van Bevagna bevindt zich in het Palazzo Lepri uit de achttiende eeuw. Het museum is niet al te groot en bezit een collectie archeologische vondsten en een verzameling schilderijen. Uiteraard bestaat de laatstgenoemde verzameling mede uit werken van de al genoemde Andrea Camassei, die immers in Bevagna geboren werd. Ook bezit het museum een schilderij, de Madonna di Constantinopoli, dat door Il Fantino werd geschilderd. Ook hij was als gezegd een lokale schilder. Het belangrijkste werk in de collectie is een Madonna met Kind van de hand van Dono Doni (ca. 1505-1575), een schilder uit Assisi. Zowel dit werk als de Madonna di Constantinopoli komen oorspronkelijk uit de kerk van San Francesco.

Werken van Dono Doni (links) en Il Fantino (rechts).

In het Museo Civico kunt u, zoals hierboven reeds werd opgemerkt, een rondleiding met een gids door de restanten van het Romeinse badhuis boeken. Na het bezoek aan het badhuis neemt de gids u mee naar het plaatselijke theater, het Teatro Francesco Torti. Dit is gehuisvest in het Palazzo dei Consoli uit ca. 1270, maar het theater zelf werd gebouwd tussen 1872 en 1886. Het heeft een bijzonder fraai interieur, met prachtige loges en een schitterend plafond.

Teatro Francesco Torti.

Meer over Bevagna op de website Key to Umbria.

One Comment:

  1. Pingback:De Vroege Republiek: de Tweede Samnitische oorlog en de strijd tegen de Etrusken(deel 2; 311-304 BCE) – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.