Vaticaanse sarcofagen

Christus de Goede Herder.

De Vaticaanse Musea bezitten een prachtige collectie vroegchristelijke sarcofagen. De meeste dateren van de vierde eeuw van onze jaartelling. Dit was voor het christendom een cruciale periode in zijn geschiedenis. In het midden van de eeuw daarvoor waren er onder de keizers Decius en Valerianus nog christenvervolgingen geweest. Omstreeks het jaar 260 had keizer Gallienus, de zoon van Valerianus, deze vervolgingen echter beëindigd en was het christendom naar alle waarschijnlijkheid een religio licita geworden, een toegestane godsdienst. Keizer Diocletianus maakte daar ruim veertig jaar later wreed een einde aan. Zijn christenvervolgingen tussen 303 en 305 waren de felste en bloederigste tot dan toe. Er vielen vele duizenden slachtoffers, vooral in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk, waar verreweg de meeste christenen woonden.

Formeel gingen de vervolgingen ook na de regering van Diocletianus door, totdat keizer Galerius er met het Edict van Tolerantie in 311 definitief een einde aan maakte. Door het Edict van Milaan van 313, waarvoor de keizers Constantijn de Grote en Licinius verantwoordelijk waren, kreeg de christelijke godsdienst weer een officiële status in het Rijk. Keizer Constantijn begunstigde de christenen waar hij kon, wat doet vermoeden dat hij zelf al ruim voor zijn formele bekering in 337 de facto een christen was. In de zogenaamde Chronograaf van het jaar 354 treffen we vervolgens zowel het christelijke kerstfeest als de geboortedag van de Onoverwinnelijke Zon aan voor de datum van 25 december. Daarna ging het hard: in 380 werd het christendom staatsgodsdienst onder keizer Theodosius de Grote, waarna vanaf 391 de traditionele religies in het cultureel, etnisch en religieus zo diverse Romeinse Rijk niet langer getolereerd werden.

Jona opgeslokt door een zeemonster, mozaïek in Aquileia (foto: YukioSanjo, CC BY-SA 3.0 license).

Het christendom was ontstaan als Joodse sekte, maar had zich aan het aan het einde van de eerste eeuw al losgemaakt van zijn Joodse wortels en was zijn eigen weg gegaan. De meeste nieuwe bekeerlingen hadden geen Joodse achtergrond en hoefden zich dankzij de inspanningen van met name Paulus ook niet te houden aan zaken als de spijswetten of de verplichting hun zonen te besnijden. Voor de christelijke kunst bood het Judaïsme niet veel aanknopingspunten, maar de ‘heidense’ wereld des te meer. Het tweede gebod (Exodus 20:4) verbood het afbeelden van mensen en dieren, zodat men in synagogen doorgaans alleen figuren als Salomonsknopen aantreft. Christenen interpreteerden het tweede gebod veel minder streng en vonden inspiratie bij de niet-christelijke Romeinse kunst, die qua beeldtaal veel meer in de aanbieding had. Bucolische voorstellingen met herders en schapen en nautische motieven met schepen en zeemonsters werden enthousiast gekopieerd. Men zie bijvoorbeeld de vloermozaïeken uit de vroege vierde eeuw in de basiliek van Santa Maria Assunta in Aquileia. De daar gebruikte beeldtaal vinden we ook terug op de sarcofagen in de Vaticaanse Musea.

Sarcofagen van gewone christenen

Ik begin met een sarcofaag waarop een herder te zien is samen met vier genii die de seizoenen voorstellen. De sarcofaag werd in de periode 300-325 gemaakt voor een onbekende dode. Het enige wat we van de overledene weten, is dat deze 25 jaar, twee maanden en 24 dagen oud werd. Dat blijkt uit de bewaard gebleven delen van de inscriptie in het Latijn. Het is bepaald niet gemakkelijk om vast te stellen of dit echt een christelijke sarcofaag is. Typisch christelijke tekens als een chi-rho-symbool ontbreken. De bebaarde herder heeft een lam (of wellicht eerder een ram) op zijn schouders en een herdersstaf in zijn rechterhand. Bij zijn voeten staat een hond. De man zou Christus de Goede Herder kunnen voorstellen, maar voor hetzelfde geld is hij gewoon een anonieme herder. De aanwezigheid van de genii (geesten of weldoeners) maakt dat dit net zo goed een niet-christelijke sarcofaag kan zijn.

Sarcofaag met herder en genii, ca. 300-325.

Heel anders is dat bij de ‘sarcofaag van Jona’, die in dezelfde periode werd gemaakt (omstreeks 300). Hierop zien we voorstellingen over de profeet Jona uit het gelijknamige Bijbelboek. Dit Boek verhaalt hoe Jona van God de opdracht had gekregen naar de heidense Assyrische stad Nineveh af te reizen om daar te profeteren. De profeet weigerde te gehoorzamen en nam in plaats daarvan een schip dat naar Tarsis voer, wellicht Tarsus in Cilicië. Het schip raakte verzeild in een heftige storm, waarop Jona de bemanning vroeg hem overboord te zetten om de natuurkrachten tot bedaren te brengen. De bemanningsleden deden na lang aarzelen wat van hen gevraagd werd en God stuurde vervolgens een grote vis om Jona te redden. De vis slokte de profeet op en deze bracht drie dagen en drie nachten in de buik van het dier door alvorens hij na een gebed weer uitgespuugd werd. Christenen zagen het verhaal – en dan vooral het “drie dagen”-gedeelte – als een voorbode van de Wederopstanding van Christus na drie dagen. Daar hadden ze ook goede redenen voor, want Christus zelf had volgens Matteüs 12:40 de vergelijking met Jona gemaakt.

Jona-sarcofaag, ca. 300.

Op de sarcofaag zien we hoe Jona overboord wordt gegooid en wordt opgeslokt en vervolgens uitgespuwd door een pistrix, een zeemonster uit de Grieks-Romeinse mythologie. Ook zien we hem rusten in de schaduw van de ‘wonderboom’ die God heeft laten opschieten. De voorstellingen bovenin tonen de opwekking van Lazarus door Christus, Petrus die zijn bewaarders doopt en Petrus die wordt gearresteerd. Ook zien we herders met schapen en vissers. De sarcofaag werd eind zestiende eeuw gevonden bij de bouw van de nieuwe Sint Pieter. Helaas is alleen de voorkant ervan bewaard gebleven, maar die is spectaculair genoeg.

Dan komen we bij de ‘sarcofaag van Sabinus’ uit de periode 310-320. Sabinus was ruim 45 jaar oud toen hij stierf en de sarcofaag werd door zijn (overigens naamloze) echtgenote gekocht. De grafkist is vooral interessant omdat er waarschijnlijk sprake is van dubbel hergebruik. Sabinus was natuurlijk een man, maar op de sarcofaag is onder het woordje MAI duidelijk een vrouw afgebeeld. Ze staat in de orans-positie, wat wil zeggen dat ze bidt. Omdat haar gezicht niet is afgemaakt, mag worden aangenomen dat de afgebeelde vrouw nooit in de sarcofaag is bijgezet en dat Sabinus haar plaats heeft ingenomen. De christelijke voorstellingen met Jezus en Petrus op de voorkant corresponderen grotendeels met die op de ‘sarcofaag van Jona’, maar er zijn enkele extra scènes met Jezus: de Bruiloft te Kana (links van de vrouw), de genezing van een blinde en de wonderbaarlijke vermenigvuldiging. Jezus is steeds gladgeschoren, terwijl Petrus een baard draagt. Het deksel is het tweede voorbeeld van (vermoedelijk) hergebruik. De zwijnenjacht die we daar rechts zien, doet vermoeden dat deksel en sarcofaag oorspronkelijk niet bij elkaar hoorden. Het deksel was mogelijk niet eens bedoeld voor de sarcofaag van een christen.

Sarcofaag van Sabinus, ca. 310-320.

De volgende sarcofaag is die van twee broers uit 325-350. Deze sarcofaag moet oorspronkelijk voor een echtpaar bedoeld zijn geweest, want de linker broer in de schelp was eerst een vrouw. Het beeldhouwwerk is wederom bijzonder fraai. In de bovenste strook zien we, van links naar rechts: de opwekking van Lazarus, Petrus en Jezus met een haan (die het verraad van Petrus symboliseert), Mozes die de Wet ontvangt, Abraham en Isaak, en Pontius Pilatus die zijn handen in onschuld wast. Daaronder zien we weer een reeks bekende voorstellingen met Jezus en Petrus, onder meer de genezing van een blinde en de wonderbaarlijke vermenigvuldiging (rechts) en Petrus met zijn bewaarders (links). Uit het Oude Testament zien we Daniël in de leeuwenkuil. De profeet Habakuk brengt hem soep en brood. De scène direct onder de schelp, tussen twee bomen, is onduidelijk. Volgens de Vaticaanse Musea gaat het om Petrus die de net gedoopte bewaarders onderwijst.

Sarcofaag van de twee broers, ca. 325-350.

De volgende sarcofaag is afkomstig uit de Catacomben van Domitilla en dateert van omstreeks 350. Dat het om een christelijke sarcofaag gaat, is evident, en voor het eerst zien we ook een typisch christelijk symbool, namelijk een christogram of de chi-rho. De letters chi en rho binnen de krans staan hier symbool voor de Wederopstanding of anastasis (een halfzus van keizer Constantijn heette Anastasia, wat dus een bijzonder christelijke naam is). Onder het symbool zien we twee slapende soldaten. Rechts wordt Christus voor Pilatus gebracht, die wederom zijn handen in onschuld wast. Links zien we Simon van Cyrene met het kruis en Christus bij wie de doornenkroon wordt opgezet.

Sarcofaag met christogram, ca. 350.

De sarcofaag van Agape en Crescentianus werd tussen 330 en 360 gemaakt. Agape is een typisch christelijke naam die ‘liefde’ betekent, en dan vooral de diepere vorm van liefde. De sarcofaag werd in de Vaticaanse necropolis gevonden. Het Latijnse opschrift van de grafkist is werkelijk ontroerend: daaruit blijkt dat Crescentianus de sarcofaag voor zijn dierbaarste (karissime) Agape liet maken, met wie hij meer dan 55 jaar getrouwd was. Zelf werd Crescentianus 101 jaar oud. Dat betekent dat zijn geboortejaar tussen grofweg 229 en 259 moet hebben gelegen en hij dus in elk geval de grote christenvervolgingen van Diocletianus actief heeft meegemaakt. Als het eerstgenoemde jaar juist is, was hij zelfs ooggetuige van de vervolgingen van Decius en Valerianus!

Sarcofaag van Agape en Crescentianus, ca. 330-360.

Ook de sarcofaag van Agape en Crescentianus is weer prachtig versierd. Op het deksel zien we voorstellingen uit het Oude Testament. De drie jongemannen links zijn Sadrach, Mesach en Abednego, die door de Babylonische koning Nebukadnessar in een laaiende oven zijn gegooid, maar daar dankzij een engel levend uitkomen. De vergelijking van dit verhaal uit het Bijbelboek Daniël met de Wederopstanding van Jezus werd door christenen gauw gemaakt. Rechts zijn weer verhalen uit het Bijbelboek Jona afgebeeld, met de profeet, het schip, het zeemonster en de wonderboom. De figuren van de voorstellingen daaronder, tussen de zuilen, zijn groter. Centraal staat een baardeloze Jezus, met naast hem een bebaarde Petrus en tussen hen in een haan. Links van de centrale voorstelling zien we Abraham en Isaak, Mozes die de Wet ontvangt en de genezing van een blinde, rechts de genezing van de vrouw met bloedverlies, de wonderbaarlijke vermenigvuldiging en Petrus die de bewaarders doopt.

Een laatste sarcofaag dateert uit de periode 375-400. Ook deze komt uit de Vaticaanse necropolis. Dit keer zien we geen voorstellingen uit het Oude of het Nieuwe Testament, maar uitsluitend Jezus – nog steeds baardeloos – en zijn apostelen. Jezus is natuurlijk de centrale figuur, die met zijn rechterhand zijn zegen geeft. In de boom boven hem zit een haan, die uiteraard weer verwijst naar het verraad van Petrus. Petrus is de man links van Jezus. De andere apostelen zijn moeilijk te identificeren. In de schelpen boven de zuilen zien we nog eens acht hoofden. Vermoedelijk zijn dit profeten.

Sarcofaag met Christus en de apostelen, ca. 375-400.

Keizerlijke sarcofagen

Sarcofaag van Helena.

In de Vaticaanse Musea staat een kopie van de sarcofaag van Flavius Stilicho. Hij was een belangrijke Romeinse generaal in de late vierde en vroege vijfde eeuw. Zijn vader was een Vandaal en dus een ‘barbaar’, en zijn moeder was een Romeinse vrouw. Stilicho had een glanzende carrière in het Romeinse leger en was enige tijd de voogd van de Romeinse keizer Honorius (395-423). Helaas liet die keizer zijn generaal in 408 vermoorden. De originele sarcofaag bevindt zich in de kerk van Sant’Ambrogio in Milaan. Het origineel is natuurlijk mooier, maar de Vaticaanse kopie heeft als voordeel dat er geen preekstoel omheen staat die het zicht blokkeert. Bovendien staat er een bordje bij met informatie over de voorstellingen op de sarcofaag. Dat heb ik in Milaan node gemist.

De echte topstukken in de Musea zijn twee porfieren sarcofagen waarin leden van de keizerlijke familie werden bijgezet. Allereerst is daar de sarcofaag van Helena, moeder van Constantijn de Grote en eerste echtgenote van zijn vader Constantius Chlorus. Chlorus zou later van haar scheiden en hertrouwen met Theodora, die hem nog eens zes kinderen schonk (onder wie Anastasia). Helena is vooral bekend vanwege haar reis naar Jeruzalem in 326-327, waar ze het Ware Kruis zou hebben teruggevonden. Na haar dood werd ze bijgezet in een prachtige en peperdure sarcofaag die werd geplaatst in een mausoleum aan de Via Labicana. De restanten van dit mausoleum zijn nog steeds te zien (zie Rome: Catacombe dei Santi Marcellino e Pietro). De sarcofaag is geheel gemaakt van Egyptische porfier en is versierd met afbeeldingen van Romeinse ruiters die barbaarse vijanden onder de voet lopen. Omdat de voorstellingen nogal gewelddadig zijn, wordt vrij algemeen aangenomen dat de sarcofaag oorspronkelijk bestemd was voor de keizer zelf. Constantijn koos er echter voor om in zijn nieuwe hoofdstad Constantinopel begraven te worden, zodat een vrome christelijke dame haar laatste rustplaats vond in deze nogal krijgshaftige sarcofaag.

Sarcofaag van Constantina of Helena.

De tweede keizerlijke sarcofaag is die van een dochter van Constantijn en zijn tweede vrouw Fausta. Over zijn eerste vrouw Minervina weten we alleen dat ze de moeder van zijn zoon Crispus was, maar of ze al gestorven was toen Constantijn met Fausta trouwde of dat de keizer van haar gescheiden was, is niet bekend. In elk geval zou Fausta drie zoons en twee dochters baren. De tweede sarcofaag, die tegenover die van Helena staat, is die van ofwel Constantina (gestorven in 354), ofwel Helena (gestorven in 360). Beide dochters werden bijgezet in een mausoleum aan de Via Nomentana dat thans als kerk dienstdoet. Daar vinden we ook een gipsen kopie van de Vaticaanse sarcofaag. Of Constantina dan wel Helena haar laatste rustplaats in deze sarcofaag heeft gevonden, is onmogelijk nog vast te stellen. Meestal wordt het voorwerp de sarcofaag van Constantina genoemd, maar dat het eigenlijk de sarcofaag van Helena is, kan niet geheel worden uitgesloten. Het zou ook wel toepasselijk zijn: twee Helena’s tegenover elkaar, grootmoeder en kleindochter. Dat de kleindochter getrouwd was met de ferm antichristelijke keizer Julianus de Apostaat (361-363) zou grootmoeder echter beslist hebben afgekeurd.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.