Florence: het Bargello

Het Bargello.

In het jaar 1250 stelde Florence het ambt van Capitano del Popolo in. Dit was een soort volkstribuun die waakte over de belangen van het volk. Voor de Capitano del Popolo werd in 1255 een openbaar palazzo gebouwd, het eerste in de stad Florence. De architect was Lapo di Cambio, de vader van de bekendere Arnolfo di Cambio. Lang bleef het palazzo niet de zetel van de Capitano, want al in 1260 werd het gebouw het hoofdkwartier van de Podestà, een term die we met enige rechtvaardiging wel als ‘burgemeester’ kunnen vertalen. In de eerste decennia van de veertiende eeuw werd het palazzo flink uitgebreid, met onder andere de bouw van de Cappella della Maddalena of de Cappella del Podestà.

In 1574 werd van het palazzo een gevangenis gemaakt. Het hoofd van de politie, de Bargello, vestigde zich er en gaf het gebouw de naam waaronder het nog steeds bekend staat. Het woord bargello of barigello is afgeleid van het Latijnse barigildus, een woord dat zelf weer Longobardische wortels heeft en oorspronkelijk zoiets als ‘kasteel’ betekende. Tot 1786 vonden er executies in het Bargello plaats. In dat jaar schafte de verlichte groothertog Leopold I, die regeerde tussen 1765 en 1790 en daarna nog anderhalf jaar keizer van het Heilige Roomse Rijk was, de doodstraf af en voerde een verbod op martelingen in. In 1857 werd ook de gevangenis naar een ander gebouw verplaatst. Vervolgens vond er een grootschalige verbouwing plaats, en in 1865 opende het Bargello als nationaal museum, een van de eerste in het recent verenigde Italië. Dit was in de tijd dat Florence de hoofdstad van Italië was, een erepositie waaraan met de verovering van Rome in september 1870 al snel een einde kwam. Vandaag de dag is het Bargello een van de bekendste kunstmusea van de stad, een museum dat vooral kan bogen op een indrukwekkende verzameling beeldhouwwerk. Ik bespreek in deze bijdrage tien persoonlijke hoogtepunten.

Links de Badia Fiorentina en rechts het Bargello.

Een aparte bijdrage wijd ik aan de al genoemde Cappella della Maddalena. Daar werden in 1840 fresco’s teruggevonden die men destijds geheel aan de grote schilder Giotto (ca. 1266-1337) toeschreef. Tegenwoordig neemt men aan dat de fresco’s vooral door Giotto’s medewerkers werden geschilderd, maar ze zijn beroemd vanwege de aanwezigheid van een portret van Florentijnse dichter Dante Alighieri (ca. 1265-1321), de auteur van de Goddelijke Komedie. Het is zeker geen toeval dat het Bargello in 1865 zijn deuren opende, 600 jaar na Dantes geboorte in – zo wordt verondersteld – 1265. Van de twee eerste tentoonstellingen in het Bargello was er een aan de grote dichter gewijd.

Het Bargello, gezien vanaf het Palazzo Vecchio.

1. Kroning van Koning Ferrante van Napels – Benedetto da Maiano

Koning Ferdinand I, beter bekend als Ferrante, regeerde tussen 1458 en 1494 over het koninkrijk Napels. Samen met het eiland Sicilië vormde Napels – een pars pro toto voor Zuid-Italië – de zogenaamde ‘Twee Siciliën’. Ooit was er sprake geweest van één koninkrijk, gesticht door de Normandiërs. Toen de Normandische koning Willem II ‘de Goede’ in 1189 stierf, werd de macht overgenomen door de Duitse dynastie van de Hohenstaufen. De grootste vorst uit deze dynastie was Frederik II, ook bekend als stupor mundi, “verwondering der wereld”. In 1250 kwam de grote vorst te overlijden. Zijn zoon Koenraad volgde hem vier jaar later naar het graf, slechts 26 jaar oud. De kroon ging vervolgens naar Koenraads twee jaar oude zoontje, eveneens Koenraad geheten, maar doorgaans Konradijn genoemd. De werkelijke macht in het koninkrijk was in handen van Manfred, de favoriete buitenechtelijke zoon van Frederik II. Vanaf 1258 noemde hij zich officieel koning van Sicilië. Manfred werd in 1266 echter verslagen en gedood door Karel van Anjou (ca. 1226-1285), de jongere broer van de van de Franse koning Lodewijk IX. Twee jaar later liet Karel ook Konradijn terechtstellen.

Met Karel van Anjou begint de Angevijnse periode. De nieuwe koning had meer interesse in Zuid-Italië dan in Sicilië en bezocht het eiland zelden. Op Sicilië bestond grote onvrede over de belastingpolitiek van de koning en diens voorkeur voor het benoemen van Franse en Provençaalse edellieden op hoge posities. Op 30 maart 1282, Paasmaandag, kwam het bij de kerk van Santo Spirito in Palermo tot een uitbarsting: de befaamde Siciliaanse Vespers. Het Siciliaanse volk verdreef de Fransen, en via Constance II van Sicilië, de dochter van de gesneuvelde Manfred, kwam Sicilië vervolgens in handen van haar echtgenoot Peter III van Aragon. Op 30 augustus 1282 landde koning Peter op het eiland, dat hij al snel helemaal in zijn greep had. Karel behield het Italiaanse vasteland, dat hij vanuit Napels regeerde. De oorlog tussen Aragon en Anjou werd in 1302 voorlopig beëindigd met het verdrag van Caltabellotta, waarna er definitief ‘Twee Siciliën’ waren, het koninkrijk op het eiland Sicilië zelf en het koninkrijk in Zuid-Italië met Napels als hoofdstad. In 1442 werd Alfonso V van Aragon naast koning van Sicilië ook koning van Napels. Ferrante was een buitenechtelijke zoon van hem. Even waren de Twee Siciliën weer verenigd, maar bij Alfonso’s dood in 1458 werd het koninkrijk weer gesplitst. Alfonso’s jongere broer Johan II werd koning van Sicilië en Ferrante kwam op de troon van Napels.

Kroning van Koning Ferrante van Napels – Benedetto da Maiano.

Het begin was moeilijk voor Ferrante. Paus Calixtus III en de Franse koning Lodewijk XI steunden zijn claim op de troon niet en kozen de kant van Jan van Anjou uit de Angevijnse dynastie. Ook de rijke bankiersfamilie Pazzi uit Florence stond aan de kant van Jan, terwijl hun rivalen de Medici Ferrante steunden. Ferrante wist stand te houden, en na de dood van Calixtus III op 6 augustus 1458 braken gunstigere tijden aan. Op 4 februari 1459 werd hij formeel tot koning van Napels gekroond in de kathedraal van Barletta. De kroning werd niet verricht door de nieuwe paus Pius II, maar door kardinaal Latino Orsini (1411-1477), die we eerder op deze website zijn tegengekomen. Ter ere van de kroning vervaardigde de beeldhouwer Benedetto da Maiano (1442-1497), afkomstig uit een dorpje bij Florence, een beeldengroep met de koning, de kardinaal en in elk geval zes muzikanten. Waarschijnlijk was de groep nog groter, maar de beelden bereikten nooit de Porta Capuana in Napels, waarvoor ze bestemd waren. De koning en de kardinaal staan sinds 1870 in het Bargello, de muzikanten sinds 1970. Koning Ferrante van Napels stierf begin 1494 en werd herinnerd als een beschermheer van de kunsten. Daarnaast was hij een kundig krijgsheer, die de lichamen van terechtgestelde vijanden liet balsemen en bewaren in een mummiemuseum in zijn paleis.

2. Christus Pantocrator

Christus Pantocrator.

Een Byzantijns mozaïek van Christus als ‘Heerser over Alles’ is mijn tweede hoogtepunt. Het kleine mozaïek is afkomstig uit de collectie van de Medici en dateert van ca. 1150-1175. Hoe de Medici aan het kunstwerkje kwamen, vermeldt het verhaal helaas niet. Aan weerszijden van het hoofd van Christus zien we de Griekse letters IC XC (Iesous Christos; Ἰησοῦς Χριστός). Ook de tekst van het boek dat Christus vasthoudt, is Grieks. Helaas is een deel van de mozaïeksteentjes verloren gegaan, maar het is duidelijk dat we hier de tekst van Johannes 8:12 lezen (“Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis”). Het ingewikkelde handgebaar van de Heiland en de twee sprieten haar op zijn voorhoofd verwijzen ongetwijfeld naar de twee onscheidbare naturen van Christus en de Heilige Drie-eenheid. Al met al deed het mooie kleine mozaïek me sterk denken aan de grote apsismozaïeken op Sicilië, en wel die van Monreale en Cefalù.

3. Ivoren diptiek

Op enig moment in het Late Romeinse Rijk werd het gebruikelijk dat Romeinse consuls tijdens hun ambtstermijn ivoren tweeluikjes met hun eigen beeltenis lieten maken. Eerder heb ik twee van zulke diptieken besproken, te weten die van de consul van 487 Manlius Boethius (in het Italiaanse Brescia) en van de consul van 506 Flavius Areobindus Dagalaiphus Areobindus (in het Franse Besançon). Het Bargello bezit de linker helft van een diptiek die nog iets jonger is. De consul is in dit geval Anicius Faustus Albinus Basilius, consul in 541.

Diptiek van de consul Basilius.

Op het bovenste gedeelte van het tweeluik zien we de naam van de consul, vergezeld van de letters VC, vir clarissimus. De rechter helft van het tweeluik bevindt zich in het Castello Sforzesco in Milaan. Daarop staat de rest van de titulatuur van Basilius. De consul is op de linker helft afgebeeld in ambtskostuum. Hij houdt een mappa vast, een linnen doek die werd gebruikt bij de circusspelen. Als de magistraat de doek liet vallen vanuit zijn loge mochten de wagenmenners met hun wagens uit de startblokken of carceres schieten. De circusspelen zien we op het onderste gedeelte: vier wagens met vier paarden ervoor racen om een spina heen. De figuur naast de consul is Roma, personificatie van de stad Rome. Toen Basilius als consul diende, zetelden de keizers (en naar we mogen aannemen ook de consuls) overigens al lang en breed in Constantinopel.

4. Sint Joris – Donatello

Donatello (1386-1466) was een jaar of dertig toen hij in 1416-1417 in opdracht van het gilde van de wapensmeden zijn beroemde beeld van de drakendoder Sint Joris maakte. Het beeld sierde oorspronkelijk de buitenkant van de kerk van Orsanmichele in Florence, maar het is al heel lang een van de topstukken van het Bargello. De kerk moet het tegenwoordig doen met een replica. Donatello beeldhouwde Sint Joris als een jonge man in Renaissancistische wapenrusting. De held leunt op een groot vliegervormig schild (een product dat de wapensmeden natuurlijk konden leveren), maar lijkt verder niet gewapend te zijn. Onder het beeld van de heilige zien we nog een reliëf dat de legende van het doden van de draak uitbeeldt.

Sint Joris – Donatello.

Sint Joris (detail).

5. David – Donatello

We blijven nog even bij Donatello en komen dan aan bij zijn David, een bronzen beeld uit ca. 1440 dat nog beroemder is dan Sint Joris. Het geldt als het eerste volledig naakte beeld sinds de Oudheid, waarmee het een pronkstuk van de Renaissance is geworden. De Bijbelse held lijkt meer op een personage uit de Griekse mythen en sagen, waarbij zijn hoofddeksel aan de gevleugelde helm van Mercurius/Hermes doet denken. David heeft net Goliath verslagen: het afgehakte hoofd van de Filistijn ligt aan Davids voeten. Donatello maakte zijn beeld in opdracht van Cosimo de Oudere, de Medici-heerser over Florence tussen 1429 en 1464. Lange tijd stond deze David op de binnenplaats van het Palazzo Medici, het hoofdkwartier van de familie. Na de verdrijving van de Medici in 1494 werd het naar de binnenplaats van het Palazzo Vecchio overgebracht. David verhuisde daarna nog verschillende malen, en kwam uiteindelijk via de Uffizi in het Bargello terecht.

David – Donatello.

6. David – Verrocchio

In de zaal waar de David van Donatello staat, vinden we ook nog een andere David. Deze werd gemaakt door Andrea del Verrocchio (1435-1488) en dateert van ca. 1466-1469. Ook bij Verrocchio’s David is er een link met de Medici: de opdracht voor het beeld kwam van Piero de Jichtige, de zoon van Cosimo de Oudere en de heerser over Florence tussen 1464 en 1469. In 1476 kwam het beeld in het Palazzo Vecchio terecht en vanaf het begin van de zeventiende eeuw was het onderdeel van de collectie van de Groothertogen van Toscane, die afkomstig waren uit een andere tak van de Medici-familie (zij stamden af van Cosimo’s broer Lorenzo de Oudere). Sinds ongeveer 1870 is Verrocchio’s David in het Bargello te vinden. Anders dan de David van Donatello is deze David niet naakt: hij draagt een harnas dat oorspronkelijk sterk verguld was. Deze David is qua uiterlijk eerder een Florentijnse straatjongen dan een klassieke Griekse held.

David – Verrocchio.

7. Bronzen panelen van Ghiberti en Brunelleschi

Het Baptisterium van Florence kent drie ingangen met drie sets bronzen deuren. De oudste set werd gemaakt door Andrea Pisano (ca. 1290-1348), de twee jongere sets door Lorenzo Ghiberti (1378-1455). Ghiberti maakte zijn eerste set tussen 1403 en 1424. Voordat hij de opdracht kreeg, was er een wedstrijd georganiseerd waarbij de deelnemers een proefwerk moesten inleveren. De opdracht was een bronzen paneel met het offer van Isaac te maken. De panelen die Ghiberti en zijn concurrent Filippo Brunelleschi (1377-1446) aan een jury voorlegden, zijn bewaard gebleven en thans in het Bargello te bewonderen. Ik had altijd begrepen dat de jury Ghiberti tot winnaar uitriep, maar volgens een informatiebordje in het Bargello werden zowel Ghiberti als Brunelleschi tot winnaar uitgeroepen. Blijkbaar had Brunelleschi vervolgens geen trek meer in de opdracht, want de set bronzen deuren werd door alleen Ghiberti en zijn medewerkers vervaardigd.

Het offer van Isaac – Lorenzo Ghiberti.

Het offer van Isaac – Filippo Brunelleschi.

8. Bacchus – Michelangelo

Bacchus – Michelangelo.

In een populair Florentijns museum mag een beeld van de grote Michelangelo Buonarroti (1475-1564) natuurlijk niet ontbreken. Michelangelo vervaardigde zijn Bacchus in 1496-1497 in Rome, waarmee het een zeer vroeg werk van zijn hand is. De beeldhouwer maakte het voor kardinaal Raffaele Riario (1461-1521). Michelangelo had de kardinaal eerder een nepkunstwerk verkocht dat zogenaamd in de Oudheid was gemaakt, de Slapende Cupido. Riario had het bedrog door, maar besloot niettemin de talentvolle jonge beeldhouwer naar Rome te ontbieden en diens carrière te bevorderen. Helaas voor Michelangelo was de kardinaal niet te spreken over zijn Bacchus vanwege de grote hoeveelheid naakt. Het beeld werd vervolgens gekocht door de bankier Jacopo Galli, die het in zijn tuin in Rome plaatste. Het werk bestaat uit Bacchus, god van de wijn, en een satyr achter hem. Bacchus heeft druiven in zijn haar en houdt een tros druiven vast, waarvan de satyr knabbelt. In zijn rechterhand houdt de wijngod een wijnbeker vast. Die rechterhand is overigens niet origineel. En een detail dat mij pas bij het bestuderen van mijn foto’s opviel, is dat de penis van Bacchus niet meer aanwezig is. Deze was kennelijk in de vroege zestiende eeuw al verdwenen. Desalniettemin vond groothertog Cosimo I het beeld interessant genoeg om het in 1572 aan te schaffen, hetgeen verklaart waarom het thans in Florence en niet in Rome te bewonderen is.

9. Mercurius – Giambologna

We hebben al een David gehad die op Mercurius lijkt, maar in het Bargello staat ook een echte Mercurius. Deze bronzen, vliegende Mercurius is een werk van de Vlaming Jean de Boulogne, beter bekend als Giambologna (ca. 1529-1608). De Griekse god is direct herkenbaar aan zijn gevleugelde helm en caduceus, de staf met de slangen eromheen. Bij zijn voeten zien we het hoofd van Zephyrus, de windgod die Mercurius wegblaast door de lucht. Het is niet precies bekend wanneer Giambologna zijn Mercurius maakte, maar het werk wordt in 1580 voor het eerst vermeld. Het beeld sierde een fontein bij de Villa Medici in Rome – thans de zetel van de Académie de France à Rome – en kwam in 1780 in de Uffizi terecht. Sinds omstreeks 1870 staat Mercurius in het Bargello.

Mercurius (detail) – Giambologna.

10. Battista Sforza – Francesco Laurana

Battista Sforza (1446-1472) kennen we natuurlijk vooral van het beroemde dubbelportret dat Piero della Francesca schilderde van haar en haar echtgenoot Federico da Montefeltro (1422-1482). Bij dat dubbelportret wordt vaak de vraag gesteld of Battista wellicht postuum geportretteerd werd. Dat zullen we nooit helemaal zeker weten, maar bij de marmeren buste van haar in het Bargello staat buiten kijf dat deze pas na haar dood werd gemaakt, ergens tussen 1472 en 1475. De tekst onder de buste luidt:

DIVA BAPTISTA SFORTIA VRB RG

Battista Sforza – Francesco Laurana.

Diva is het Latijnse woord voor ‘goddelijk’, en goddelijk werd men alleen na overlijden, althans in de heidense wereld. VRB RG staat waarschijnlijk voor Urbinae regina, oftewel ‘koningin van Urbino. Dat is nogal overdreven. Federico da Montefeltro was heer en later hertog van Urbino, geen koning. Battista was dus ook geen koningin. De maker van de buste, Francesco Laurana (ca. 1430-1502), werd geboren in het Kroatische plaatsje Vrana, dat destijds onder het gezag van Venetië stond. Hij ontleende zijn naam dan ook aan dit plaatsje: La Vrana, waarbij in het Latijn de letter U zowel als klinker (u) als als medeklinker (v) kan worden gebruikt. Waarschijnlijk was de buste van Battista Sforza ooit beschilderd, maar de verf is al lang geleden verdwenen.

Veel van de informatie waarop deze bijdrage is gebaseerd kwam van de informatieborden in het Bargello. Zie voor koning Ferrante van Napels ook Ross King, The Bookseller of Florence.

2 Comments:

  1. Pingback:Giotto in het Bargello – – Corvinus –

  2. Pingback:Florence: Fishing Lab – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.