Een wandeling door Jesi

Vanaf onze prettige agriturismo was het ongeveer 50 minuten rijden naar het charmante stadje Jesi, de geboorteplaats van de grote middeleeuwse vorst Frederik II van Hohenstaufen (1194-1250), een man die zowel Duitser als Siciliaan was, en de culturen van zowel het Westen als het Oosten vertegenwoordigde. We benaderden Jesi vanuit het noorden en zagen het stadje al liggen in de verte, op een heuvel, te midden van de akkers en de groepjes bomen. Drie torens staken ver boven de overige bebouwing uit: die van de Duomo, die van de voormalige kerk van San Floriano en die van het Palazzo della Signoria.

Zicht op Jesi.

Centrum van Jesi, met de torens van de Duomo, de San Floriano en het Palazzo della Signoria.

Het was rustig in Jesi, en het bleek geen enkel probleem te zijn om onze auto kwijt te raken in de gratis parkeergarage Parcheggio Mercantini. Hoewel we stonden te popelen om aan de hand van onze Bradt reisgids het stadscentrum te gaan verkennen, besloten we eerst een kleine heuvel ten noorden van dat centrum te beklimmen voor een bezoek aan de kerk van San Marco. De kerk dateert van de tweede helft van de dertiende eeuw. Ze werd in de negentiende eeuw zwaar gerestaureerd en staat bekend om haar mooie veertiende-eeuwse fresco’s uit de school van Rimini, mogelijk geschilderd door Giovanni en Giuliano da Rimini. Het grote fresco van de Kruisiging in de apsis is wat verkleurd, maar lijkt verder in goede staat te verkeren. De fresco’s aan het einde van de rechter zijbeuk zijn deels opnieuw geschilderd in de negentiende eeuw. De kerk en het naburige klooster zijn thans in gebruik bij Zusters Karmelietessen, bij wie u aan kunt bellen als u de kerk gesloten aantreft. In een aparte bijdrage ga ik nader op de kerk van San Marco in.

We liepen na ons kerkbezoek weer richting de binnenstad en kwamen aan op de Piazza Federico II. Hier brachten we uiteraard een bezoek aan de Duomo van Jesi, ook bekend als de kathedraal van San Settimio. Van de oorspronkelijke Romaanse kathedraal, waarvan de bouw in 1208 begon, is bijna niets meer over. De Duomo werd in de achttiende eeuw geheel herbouwd in Barokstijl en kreeg in de negentiende eeuw de huidige gevel. De interessantste kunstvoorwerpen in het gebouw stonden al in de oude Duomo: twee marmeren leeuwen uit de dertiende eeuw, de Renaissancegraftombe van een bisschop en enkele schilderijen. Meer religieuze kunst is te vinden in het gratis Museo Diocesano, eveneens aan de Piazza Federico II. Ik wijd aan de Duomo en het Museo Diocesano nog een aparte bijdrage.

Het was nu hoog tijd nader kennis te maken met Frederik II van Hohenstaufen, die op 26 december 1194 in Jesi werd geboren als zoon van keizer Hendrik VI van het Heilige Roomse Rijk en Constance van Sicilië, postume dochter van de Normandische koning van Sicilië, Rogier II. Frederick werd geboren op het centrale plein van Jesi, voor de kathedraal. Zijn moeder had daar een tent laten opzetten om haar kind ter wereld te brengen. Ze was al veertig jaar oud – bejaard naar middeleeuwse begrippen – en wilde dat de matrones van Jesi getuige zouden zijn van de geboorte, zodat niemand later zou kunnen beweren dat de baby van een andere vrouw in haar armen was gelegd. Aldus geschiedde. Frederik schopte het eveneens tot koning van Sicilië en keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij sprak meerdere talen vloeiend, stond op goede voet met Joden en moslims en was zeer geïnteresseerd in kunsten en wetenschappen. In het Museo Federico II, een multimediamuseum aan het plein, kunnen we meer leren over het leven van deze bijzondere man, die in 1250 overleed. In een aparte bijdrage leest u meer over hem.

Palazzo della Signoria.

Het was ons al opgevallen dat Jesi een tamelijk langgerekt, maar smal historisch centrum heeft. We wandelden nu tussen de middeleeuwse stadsmuren richting het zuidwesten en kwamen aan bij het volgende plein, de Piazza Angelo Colocci. Het plein is vernoemd naar de geestelijke en humanist Angelo Colocci, die in 1467 in Jesi geboren werd, als secretaris van Paus Leo X werkte en tussen 1537 en zijn dood in 1549 als bisschop van Nocera Umbra diende. Het belangrijkste gebouw aan de Piazza Angelo Colocci is het al genoemde Palazzo della Signoria. Het werd ontworpen door de architect Francesco di Giorgio Martini (1439-1501) en tussen 1486 en 1551 gebouwd. De oorspronkelijke toren van het gebouw, ontworpen door Andrea Sansovino (ca. 1467-1529), stortte in 1657 in en werd slechts gedeeltelijk herbouwd. In het palazzo bevindt zich de Biblioteca Planettiana, die is opengesteld voor het publiek.

Wij liepen echter door en kwamen aan bij een derde plein, de Piazza della Repubblica. Hier werd een markt gehouden, die het zicht op het Teatro Pergolesi enigszins ontnam. Na Frederik II en Angelo Colocci is Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736) de derde beroemde inwoner van Jesi die in deze bijdrage de revue passeert. Helaas stierf deze befaamde componist en muzikant al op jonge leeftijd, maar zijn naam en werk leven voort. In 1883 besloot het stadsbestuur van Jesi het achttiende-eeuwse theater in het stadje naar Pergolesi te vernoemen. In het linker gedeelte ervan is ook het plaatselijke VVV gevestigd, waar we allerhartelijkst ontvangen werden door een meertalige medewerkster en nuttige informatie meekregen over kerken, musea en restaurants. Dat was inderdaad wat we nog wilden doen in Jesi in de tijd die ons nog resteerde: een kerk bezoeken, kunst bekijken in een museum en ergens lekker eten.

Piazza della Repubblica met het Teatro Pergolesi.

Voor wat betreft de kerken viel onze keuze op de kerk van San Giovanni Battista aan de Corso Giacomo Matteotti. De kerk is natuurlijk gewijd aan Johannes de Doper, en die zien we dan ook op het reliëf boven de enige ingang. Het reliëf is een van de weinige decoraties aan de verder massief bakstenen gevel, die in 1678 werd voltooid. Het is niet precies bekend hoe oud de kerk zelf is, maar haar geschiedenis gaat in elk geval terug tot de dertiende eeuw. De San Giovanni Battista werd in de zestiende eeuw herbouwd en in 1659 toegewezen aan de Oratorianen, volgelingen van Sint Filippo Neri (1515-1595), bijgenaamd de Apostel van Rome. Zij waren vervolgens verantwoordelijk voor een verbouwing die het prachtige Barokinterieur van de kerk opleverde. Tot de interessante kunst in de San Giovanni behoren stucwerk van Tommaso Amantini (1625-1675), een altaarstuk van de Immacolata van Giacinto Brandi (1621-1691) en een veertiende-eeuws fresco van Jezus Christus dat bekendstaat als Sangue Giusto, ‘rechtvaardig bloed’. Het fresco dateert van 1333 en wordt toegeschreven aan Pietro da Rimini, of in elk geval aan de school van Rimini. Omdat het zo verweerd is en nagenoeg alle kleur is verdwenen, is er helaas weinig rechtvaardig bloed meer te zien. Het fresco komt oorspronkelijk uit de kerk van San Nicolò in Jesi, die eveneens aan de Corso Giacomo Matteotti staat.

De belangrijkste musea van Jesi, de Musei Civici, bevinden zich in het Palazzo Pianetti. Dit palazzo werd in de achttiende eeuw gebouwd door de lokale architect en schilder Domenico Luigi Valeri (1701-1770). Het gebouw is op zichzelf al een bezoekje waard, vooral vanwege de 76 meter lange Galleria degli Stucchi, een gang in Rococostijl. Ook heel mooi zijn de kleurrijke plafondschilderingen in het palazzo in de zogenaamde Stanze di Enea. Ze vertellen het verhaal van de Trojaanse held Aeneas en werden geschilderd door Carlo Paolucci (1738-1803) en Placido Lazzarini (1746-1820). In het Palazzo Pianetti zijn thans drie musea gevestigd. Daarnaast worden er in het gebouw tijdelijke tentoonstellingen gehouden. Tijdens ons bezoek ging het om een tentoonstelling over de archeologie van plastic. Deze vertelde het verhaal van plastic zwerfafval dat al enkele decennia oud was en recent was opgegraven. Een tentoonstelling met een serieuze boodschap over milieuvervuiling dus.

Het grootste museum in het palazzo is de Pinacoteca Civica en de belangrijkste werken die we daar aantreffen, zijn die van Lorenzo Lotto (1480-1556 of 1557). Lotto was geboren in Venetië, maar werkte ook verschillende perioden van zijn leven in de Marche. De Pinacoteca bezit vijf werken van deze meester, te weten – in chronologische volgorde – een dramatische Graflegging uit 1512, een tweedelige Annunciatie uit 1525 (ooit onderdeel van een veelluik), de Pala di San Francesco al Monte (ook wel Madonna delle Rose) uit 1526, Sint Lucia voor de rechter uit 1532 en ten slotte een Visitatie met Annunciatie uit ca. 1535. De vijf werken komen uit de voormalige kerken van San Floriano en San Francesco al Monte in Jesi. Naast het werk van Lotto is er nog veel meer te zien in de Pinacoteca. Zo bezit het museum twee gebeeldhouwde engelen van Giorgio da Como uit de dertiende eeuw, de dekplaten van de graftomben van twee leden van de familie Ghislieri (uit 1483 en 1528) en een beschilderd terracotta reliëf van Pietro Paolo Agabiti (ca. 1470-1540). Uit de eerder besproken kerk van San Marco komt een onderdeel van een vijftiende-eeuws veelluik, met daarop de gestorven Christus ondersteund door twee engelen. Het is een werk van Nicola di Maestro Antonio d’Ancona.

Moderner werk heeft de Pinacoteca Civica ook. Zo bewonderden we werken (uit de ateliers) van schilders als Guercino (1591-1666) en Rubens (1577-1640), een Heilige Familie van Cristoforo Roncalli (Il Pomarancio; ca. 1553-1626), een Caritas van Carlo Cignani (1628-1719) en een Graflegging van Domenico Guidi (1625-1701). Guidi is vooral bekend geworden als beeldhouwer en in eerdere bijdragen heb ik dan ook beeldhouwwerk van hem besproken, maar de Graflegging bewijst dat hij ook goed kon schilderen (net als zijn bijna-tijdgenoot Bernini). Nog moderner werk is een verdieping hoger te vinden, in de Galleria d’Arte Contemporanea. Tot mijn verrassing trof ik hier zelfs een schilderij aan van Renato Guttuso (1912-1987), de grootste Siciliaanse schilder van de twintigste eeuw. Guttuso’s doek met daarop het Colosseum in Rome dateert van 1972.

In de voormalige stallen van het Palazzo Pianetti vinden we het laatste museum, het Museo Civico Archeologico. Het gebied rondom Jesi was al bewoond in de tijd dat de Piceni over de Marche heersten, van de negende tot en met de vierde eeuw voor onze jaartelling. In daaropvolgende eeuw werden de Piceni door de Romeinen onderworpen en drukten de nieuwe overheersers hun stempel op de regio. Jesi stond in de Romeinse tijd bekend als Aesis. Die naam lijkt wel wat op de Romeinse naam van Assisi, namelijk Assisium. Volgens de Italiaanse historicus Arnaldo Fortini (1889-1970) heeft een middeleeuwse kopiist ooit de worden ASIS (i.e. Assisi) en AESIS (i.e. Jesi) door elkaar gehaald, waaruit volgens Fortini volgde dat Frederik II niet in Jesi, maar in Assisi geboren is. Het is een grappige theorie, die echter door weinigen nog serieus wordt genomen. In Jesi zullen ze er waarschijnlijk niet om kunnen lachen, want Frederik II geldt er bijkans als een lokale heilige.

Romeins Aesis besloeg het noordoostelijke gedeelte van de binnenstad van het moderne Jesi, waarbij de latere Piazza Federico II ongeveer correspondeerde met het forum van het stadje. Aan de zuidwestkant van het forum was een theater gebouwd, 56,5 bij 42 meter groot. Archeologen hebben daarnaast sporen van straten, vloermozaïeken en cisternen teruggevonden. Middeleeuws Jesi was grofweg gelijk aan het Aesis van de Oudheid, terwijl het iets lager gelegen zuidwestelijke deel van de binnenstad vanaf de Renaissance verrees langs wat nu de Corso Giacomo Matteotti is. In het Museo Civico Archeologico vinden we enkele mooie, maar weinig spectaculaire voorwerpen. Er staat vooral veel beeldhouwwerk, zoals koppen van de eerste-eeuwse keizers Augustus (27 BCE-14 CE) en Tiberius (14-37). Interessanter is een hoofdeloos beeld van een jongetje in toga met een bulla, een amulet dat kwade krachten moest afweren. Zeer realistisch is het hoofd van een oudere Romeinse vrouw, met duidelijk zichtbare wallen onder de ogen.

Lunch bij Gatto Matto.

Na zoveel kunst, cultuur en geschiedenis te hebben opgezogen was het wel tijd voor een (verlate) lunch. Bij het VVV waren we al gewaarschuwd dat veel restaurants gesloten zouden zijn. Het was nu eenmaal augustus, en dan gaan veel Italianen – inclusief restauranthouders – zelf op vakantie. Gelukkig kregen we een A4-tje met restaurants die wel geopend waren. McDonalds streepten we natuurlijk direct weg, maar Gatto Matto Osteria Pizzeria leek ons zeer goed. We werden zeker niet teleurgesteld. In het aangenaam koele souterrain werden ons lekkere voorgerechten en pasta’s voorgezet. Als ik naar de foto’s kijk, krijg ik direct weer trek.

 

2 Comments:

  1. Pingback:A walk in Jesi – – Corvinus –

  2. Pingback:Marche: Basilica della Santa Casa di Loreto – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.